dinsdag 18 november 2008

sneak peek reisaanbod 2009



Al wekenlang wordt er hard gewerkt aan de Avantareisgids voor 2009. Voor degenen die niet kunnen wachten tot deze het licht ziet, hier de link naar de voorjaarsreizen. Van Normandië tot Namibië en natuurlijk ontbreekt het altijd mooie Noorwegen (foto) ook niet!
E.

dinsdag 11 november 2008

Guestblogger Hemma over Ethiopië

Fleurige souvenirs
Smal paadje naar de rotskerk in Tigray
Hollandse spelletjes doen met Ethiopische kinderen

Moslima's in Harar

Ethiopië kan juist heel groen zijn


Eigenlijk dacht ik bij Ethiopië vooral aan droogte en honger. Dat dit land veel meer gezichten heeft, werd mij al snel duidelijk toen ik besloot een reis te boeken naar dit fascinerende land.

Addis Abeba ligt tussen de 2200 en 3000 meter hoogte en is daarmee bijna de hoogste hoofdstad van de wereld. Maar daar is niks van te merken als onze groep daar op een nacht in juli met het vliegtuig landt. Als we met onze enorme backpacks buiten komen, staan de taxichauffeurs te dringen om ons te mogen vervoeren. In oude roestige autootjes rijden ze ons voor een paar cent naar de andere kant van de stad. De stad is vies en donker, mensen liggen op straat te slapen en we zien groepjes kleine kinderen. Het hotel is voor Ethiopische begrippen vrij luxe, niet zo gek dus dat Nelson Mandela hier ook ooit een keer logeerde:)

Fans
Overal waar onze groep komt, hebben we in no time een horde fans achter ons aanlopen. Of het nu in een grote stad is of ergens midden in de rimboe: als paddestoelen uit de grond komen er op de meest gekke plaatsen kinderen met ons meelopen. Ethiopië staat ook bekend om de grote groepen kinderen die je kunnen achtervolgen. Volwassenen vinden dat vaak niet goed, omdat ze bang zijn dat de toeristen dan in het vervolg weg zullen blijven. We hebben verschillende keren meegemaakt dat kinderen een paar fikse klappen kregen met een stok om ze weg te houden bij ons. Ik vond het meestal juist wel gezellig al die kids. Ze konden ons Amhaars leren of wilden gewoon je hand vasthouden. Als we hoofd, schouders, knie en teen met ze deden, kwamen ze niet meer bij van de lach. En soms deelden we ballonnen of snoepjes uit. Dan moest je sterk zijn om jezelf staande te houden. Letterlijk, want aan alle kanten werd er dan aan je armen, kleren en benen getrokken.

De rotskerken van Tigray
Soms was het best handig om wat Ethiopiërs om je heen te hebben. Zoals bijvoorbeeld die keer dat we naar de rotskerken van Tigray gingen. Heel hoog in de rotsen zitten daar kerken verstopt. Een paar Ethiopiërs zijn zo vriendelijk om onze hand vast te houden en de weg te wijzen. De priester wordt ergens vandaan gehaald en deze oude man gaat ook mee naar boven. Het eerste stuk is makkelijk, maar dan ineens staan we voor een rotswand die bijna loodrecht omhoog loopt. Als we beseffen dat zelfs die oude priester hier omhoog kan komen en er vroeger zelfs moeders met kinderen omhoog klommen, dan moeten wij dit natuurlijk ook kunnen. Het leek een beetje op het klimmen tegen een rotswand in Nederland, maar dan zonder zekering. De enige zekering die je had was een Ethiopiër die soms ook zonder schaamte met twee handen je billen ondersteunde. We zijn allemaal veilig boven (en weer beneden) gekomen dus het heeft wel geholpen. Onderweg zien we een hoop skeletten in een grot liggen. Mensen willen hier speciaal begraven worden. Het laatste stukje is een meter brede richel naast een afgrond van zo’n 400 meter. Best eng, maar absoluut de moeite waard als we de kerk (na een veel te lange ceremonie van de priester) in mogen. De muren en plafonds zijn beschilderd met personen en verhalen uit de Bijbel. Ongelooflijk dat zo’n kunstwerk ergens in de rimboe van Ethiopië verstopt zit.

Koffieceremonie
De natuur van Ethiopie is enorm divers. De reis ging naar Noord- en Oost Ethiopië. Van ruige, droge rotspartijen in Dire Dawa tot heel veel groen in de omgeving van Gondar. Met bloemen, kleurrijke vogels en enorme panoramaviews is Ethiopië echt adembenemend. We hebben verschillende keren prachtige wandelingen gemaakt. Soms werden we dan uitgenodigd bij locals die ons de koffie-ceremonie lieten zien. Een echte Ethiopische traditie waarbij het hele proces van koffiebonen branden, malen en koffie drinken gedaan wordt. Maar ik drink geen koffie dus ik weet niet of dit lekker was. We werden ook een keer uitgenodigd in een klein hutje bij een vrouw thuis. Ze had bijna niks, maar toch mocht de hele groep binnenkomen en kregen we allemaal gekookte aardappels van haar. Een enorme traktatie van iemand die in zoveel armoede leeft.

Armoede
Helaas hebben we heel veel armoede gezien. Kinderen die op straat slapen, hele kleine hutjes van oude lappen, bedelende mensen, mensen met lepra enz. Echt honger hebben we niet veel gezien omdat dit in het noorden wat minder voorkomt. Maar kleine, ondervoede kindjes zonder schoenen en kapotte kleren zagen we de hele reis door. Het is ongelooflijk hoe vrolijk alle mensen daar zijn. Ze hebben zo weinig, maar toch waren we overal welkom en kregen we altijd een big smile.

Hyena’s voeren in Harar
We hebben verschillende steden bezocht, maar de meest fascinerende vond ik Harar. Voor moslims wordt deze stad wel gezien als de vierde heilige stad van de islam. Harar heeft 99 moskeeën, heel veel kleine straatjes en er is overal markt. Het lijkt wel of iedereen in deze kleurrijke stad op straat leeft. Omdat er zoveel moslims wonen, besluiten wij om ons daar op aan te passen en een hoofddoek te kopen. Van alle kanten worden we daarmee geholpen. Vrouwen adviseren ons bij de kleur en kleine jochies van twaalf leren ons hoe we hem om moeten knopen. ’s Avonds gaan we naar de hyenaman van Harar. Een toeristische attractie, maar wel heel leuk en spannend. Als het donker geworden is, vertelt een local ons waar de hyenaman die avond is. We lopen door allerlei onverlichte steegjes dwars door de stad. Als we aan de rand van de stad aankomen staren zo’n 14 paar glimmende hyenaogen ons aan. De hyenaman neemt ons geld in ontvangst en begint met het voeren van de beesten. Stoer doet hij een stokje vlees in zijn mond en een hyena springt er naartoe om het op te vreten. Wij mogen het ook proberen. Een paar minuten eerder vertelde een groepsgenoot mij nog dat de kaken van een hyena nog sterker zijn dan die van een krokodil, maar toch loop ik (trillend) naar de bak met vlees en hou een stokje naar voren. Gewoon met mijn hand, dat wel. Ik ben zelfs bang voor een spin dus dit is een hele stap. Vijf gulzige hyena’s staan klaar om het vlees uit mijn hand te snaaien, maar wie het eerst komt wie het eerst maalt. En mijn hand zit er nog aan. Zo eng was het eigenlijk niet eens.

Echt Afrika
Wie naar Ethiopië gaat, moet dealen met echte Afrikaanse praktijken zoals grote vertragingen als je een binnenlandse vlucht neemt, kakkerlakken in je ‘hotel’, corruptie, vlees met ziekmakende bacteriën enz. Maar toch is dit land zeker de moeite waard om te bezoeken vanwege de prachtige natuur, de vriendelijke mensen en de fascinerende cultuur. In de gids stond: Zuid-Ethiopië en Kenia. Dit kon niet doorgaan vanwege gerommel in Kenia, maar wie weet komt er een vervolg op Noord en Oost Ethiopië…ik ga zeker mee!

Vrolijke kerkdienst in Dire Dawa

dinsdag 4 november 2008

meer Peru-foto's

Hoog boven het bekende, maar fascinerende Machu Picchu
cavia's in de keuken

Inzegenen van voertuigen in Copacabana
Reizen heeft soms ook nadelen...

Romantisch tegen wil en dank - geen electriciteit op Amantani

Hannah met onze gastvrouw

Avond op Amantani, Titicacameer

Drijvende school op het Titicacameer

Mountainbiken langs de Inca-jungletrail naar Machu Picchu

Lees meer over deze reis in het bericht hieronder!

donderdag 23 oktober 2008

guestblogger Ies Goedbloed Jr. deel II: Peru




Met de partybus van Quito naar Lima
Na meer dan vier weken in het veelzijdige Ecuador namen Hannah en ik de bus van Quito naar Lima. Een tocht waar we 32 uur over deden - dat is dan inclusief de gebruikelijke 6 uur pech. Ondanks het feit dat deze busreis wel erg lang duurde was hij allerminst saai te noemen. De bus herbergde een zeer gemêleerd gezelschap, variërend van orthodoxe Joden tot een feestende negerfamilie uit Colombia. Nadat de radio het begeven had begonnen zij zelf muziek te produceren en te dansen in het gangpad.
Ook het landschap maakte deze tocht erg boeiend. We begonnen op meer dan 3000 meter hoogte, waarna we door nevelwouden reden en eindigden in een woestijn op zeeniveau. 's Avonds laat kwamen we aan in Lima.

Pisco en Ballestas
Na een nacht goed slapen vertrokken we alweer naar Pisco, een stad drie uur rijden ten zuiden van Lima. Dit is één van de steden die het zwaarst getroffen werden tijdens de aardbeving in 2007, de sporen van de aardbeving zie je overal; veel huizen en wegen moeten nog worden gerepareerd. Vanuit Pisco gingen we met een boottocht naar de Ballestas eilanden, die zo’n 1,5 uur varen uit de kust liggen en waar gigantische aantallen zeeleeuwen en zeevogels leven. Tezamen produceren deze vogels een buitensporige hoeveelheid poep die gewonnen en vervolgens als mest verkocht wordt.
Gedurende de hele tocht waren we alert op dolfijnen, want we wisten dat die hier te zien zouden moeten zijn. Ondanks intensief speuren konden we ze niet vinden, maar bij aankomst in het haventje bleek daar een school tuimelaars tussen de steigers te zwemmen!
‘s Middags bezochten we nog het nationaal Park Paracas, een kustwoestijn. We aten in een afgelegen dorpje in een restaurant op de pier. Terwijl we een geweldig lekker maal verorberden scoorden we nog een groep tuimelaars, een zeeotter en een flinke lading interessante vogels.

We hadden deze dag een zeer behulpzame gids, die het geweldig vond dat ik naar vogels keek – een gewoonte die meer mensen zouden mogen hebben. Hij had ons al verschillende keren verteld dat we nog makkelijk de bus naar Nazca konden halen. Deze bus zou vertrekken om 16.00u. Rond die tijd huppelden we echter nog vrolijk door de woestijn. Uiteindelijk waren we rond 17.00u weer in Pisco en daar bleek dat de bus nog niet gearriveerd was. Hannah en ik haastten ons om onze backpacks op te halen in het hotel. Snel weer terug naar het busstation en inderdaad kwam een uur of drie later de bus aanrijden. Dat wil zeggen, de bus stopte om onverklaarbare reden een kilometer verderop, zodat we eerst nog een flink eind moesten lopen.

Zuinige Zeeuwen in Nazca
Nazca is bekend om de Nazca-lijnen. In een ver verleden maakte het Nazca-volk hier figuren in het zand, niets bijzonders zou je zeggen, ware het niet dat deze figuren alleen fatsoenlijk te zien zijn vanuit de lucht. Dit heeft ervoor gezorgd dat vele mensen denken dat dit volk kon vliegen, maar het bewijs daarvoor is nooit geleverd. In Nazca zelf kun je voor veel geld een rondvlucht maken om deze lijnen te zien. Als zuinige Zeeuwen besloten wij het te doen met een bezoek aan een museum over dit verschijnsel.
In Nazca zocht ik een tijd naar een bus die ons overdag naar Cuzco kon brengen. Tijdens deze zoektocht kwam ik twee dingen te weten: er gaan alleen ’s nachts bussen naar Cuzco en levende lama’s kunnen onderin de bus.

De Inca-jungle trail
Van alle steden die wij in Peru bezochten was Cuzco zeker de mooiste en gezelligste. Mooie pleinen, smalle, steile straatjes en statige koloniale gebouwen. Cuzco is een zeer toeristische stad omdat het de uitvalsbasis is voor trektochten naar Machu Picchu. De meeste van deze trektochten zijn zeer prijzig en je loopt er in de file, iets waar wij uiteraard geen zin in hadden. Wij kozen voor een alternatief; de zogenaamde “Inca-jungle-trail” een vierdaagse tocht die begint met een spectaculaire bustocht naar een meer dan vier kilometer hoog gelegen pas. Daar stapten we over op mountainbikes en reden we urenlang bergafwaarts, eerst over verharde, daarna over onverharde wegen. We waren niet de enige toeristen die voor dit alternatief hadden gekozen. Regelmatig haalden we andere mountainbikers in die duidelijk niet vaak fietsten. Verschillende mensen raakten lichtgewond en sommigen besloten zelfs dit fietstochtje te staken en verder te gaan met de bus.
De tweede dag van de trail liepen we over steile bergpaden. Diep onder ons stroomde de Rio Urubamba en ondertussen luisterden we naar de vogels, de stilte en zo nu en dan de panfluit van onze gids. Het middagmaal gebruikten we bij een familie die diep in de bergen woonde. We kregen geen cuy (cavia) te eten, maar zo te zien stond dat wel regelmatig op het menu. In de keuken liepen er een stuk of twintig vrij rond die nog moesten worden vetgemest. We kampeerden bij warmwaterbronnen, waarin we ons bij de opkomende volle maan uitgebreid opfristen.
Via verlaten treinsporen kwamen we aan het einde van de derde dag in het dorp Aguas Caliente. Het enige bestaansrecht van dit dorp is toerisme. Toch is het een erg leuk dorp, klein, gezellig en autovrij, want het is alleen via junglepaden of met de trein te bereiken.

Machu Picchu
Op de ochtend van de vierde dag vertrokken we om 4.00u s’ochtends naar Machu Picchu. Ons vroege vertrek had drie redenen: 1) de ochtendnevel boven de ruïnes zien optrekken is prachtig 2) je bent in Machu Picchu voordat er 5000 andere toeristen arriveren 3) lopen door een donker oerwoud is boemlau.
Aanvankelijk was ik bang dat Machu Picchu misschien tegen zou vallen, maar dat deed het absoluut niet. Een beetje jammer dat je later op de dag struikelt over de toeristen, maar ook hier bleek weer dat je je gemakkelijk aan de kudde kunt onttrekken. We besloten naar de top van de berg Machu Picchu te lopen (waar de stad dus naar vernoemt is) en prompt kwamen we geen hond meer tegen en slechts vijf toeristen. En dat terwijl je vanaf de top een uitzonderlijk mooi uitzicht hebt over de stad.

Pinpaspaniek
Met trein en bus gingen we terug naar Cuzco. Hier brachten we de zondag door en ging ik hard op zoek naar mijn pinpas die op onverklaarbare wijze verdwenen was. Ik bezocht de bank waar ik voor het laatst gepind had, om te kijken of ik de pas daar misschien per ongeluk had achtergelaten. Dat klinkt behoorlijk dom, maar overkomt heel wat toeristen, omdat het pinautomaat eerst geld geeft en daarna de pas. Bij de bank kwam ik erachter dat veel mensen enthousiast wegrennen als ze hun geld hebben. Nadat ik met mijn Spaanse woordenboek had duidelijk gemaakt dat ik mijn pinpas was verloren, werden er direct een stuk of twintig pinpassen tevoorschijn getoverd. Waar de mijne helaas niet tussen zat. Dat was een behoorlijke tegenvaller, want hiermee was de laatste mogelijkheid om eenvoudig aan geld te komen verdwenen. We konden nu nog stelen, bedelen of opbellen naar de Postbank om hen via Western Union geld aan ons te laten overmaken. We besloten uiteindelijk het laatste te doen.

Drijvende eilanden
Vanuit Lima namen we een binnenlandse vlucht naar Juliaca. Vanhier gingen we naar Puno, waar we ons inscheepten voor een tocht naar de Uros eilanden en de eilanden Amantani en Taquile. De Uros eilanden zijn door mensen (het Uros-volk) van riet gemaakte, drijvende eilanden. Zij bedachten deze methode om de Incas te kunnen ontvluchten. Nog steeds leven de Uros op deze manier en houden zij zich in leven met vissen en toerisme. Na een urenlange vaartocht meerden we aan op Amantani. Al dwalende over het eilandje kwamen we plotseling terecht bij een bruiloft. Vanaf een wat hoger gelegen punt hadden we een leuk uitzicht over de feestende dorpelingen. Het maïsbier vloeide rijkelijk, getuige de oude mannetjes die met grote regelmaat achter een oud muurtje verdwenen. Tegen de avond waren we op het strand en zagen overal aan de horizon de besneeuwde toppen van de Andes. Nadat het helemaal donker was geworden genoten we van de sterrenhemel, die we door de heldere lucht en het volledig ontbreken van lichtvervuiling beter dan ooit te zien kregen.
We brachten de nacht door in het huis van een minivrouwtje dat zoals alle vrouwen hier geheel traditioneel gekleed was. In een rokerig keukentje maakte ze op het vuur een lekkere maaltijd voor ons klaar. Bij het licht van kaarsen zochten we ons bed op, want van elektriciteit hebben ze op Amantani nog nooit gehoord.

Grensperikelen en de bodem van onze geldkist
Teruggekomen in Puno namen we de bus naar de Boliviaanse grens. Tot nu toe hadden grenzen ons geen enkel probleem opgeleverd, ook niet met het noodpaspoort van Hannah. Normaalgesproken is een noodpaspoort voor corrupte grenswachters een uitgelezen mogelijkheid om aan wat extra geld te komen. Daar Bolivia bekend staat om corrupte grenswachters verwachtten we problemen en die kregen we dan ook. Niet vanwege het noodpaspoort, maar vanwege één of ander klein papiertje dat we bij binnenkomst van Peru gekregen zouden moeten hebben. Dit papiertje hadden wij niet meer en dat was uiteraard “no problem” als we maar even $5,- per persoon op tafel legden. Daar had ik geen zin in en ik protesteerde heftig. Dat schoot de baas der grenswachters in het verkeerde keelgat. Vervolgens gooide ik het snel over een andere boeg en begon een slijmoffensief, maar zonder resultaat. We werden van de Peruaanse naar de Boliviaanse post gestuurd en daar werd uiteraard naar het betreffende briefje gevraagd. Wijs geworden besloten we de grenswachter aldaar direct een kleinigheid toe te stoppen en konden we zonder verdere “problems” Bolivia in.
We verbleven nu aan de zuidkant van het Titicacameer in Copacabana een bedevaartsoord voor Bolivianen. Middenin dit stadje staat een grote witte kerk en voor de kerk verzamelt zich twee keer per dag een stoet auto’s, vrachtwagens etc. Vervolgens komt er een priester die de voertuigen inzegent en besprenkelt met wijwater. Na de inzegening doen de eigenaars zelf het nog eens dunnetjes over: ze bedelven de auto’s onder een lading bier en rozenblaadjes en steken vuurwerk af, pas daarna kun je veilig op weg.
Vanuit Copacabana vertrokken we naar La Paz, in deze drukke, maar mooi gelegen stad verbleven we nog twee dagen.
De laatste nacht sliepen we noodgedwongen op het vliegveld, dat was namelijk gratis en ons geld was nu ècht op…


vrijdag 17 oktober 2008

Wintersport

Over een poosje is het weer zover: wintersport!! Sommigen zegt het misschien niks, maar velen zullen bij het horen van dit woord een dromerige blik in de ogen krijgen. En terecht.

Het begint al zodra je in de auto stapt. De sfeer komt er in de auto al aardig in en na een paar uur rijden komt het onvermijdelijke “eerste sneeuw moment”. Op een nachtelijk uur wordt er in Duitsland gestopt en er is warempel sneeuw te zien. De wakkeren zullen onmiddellijk fanatiek een sneeuwballen gevecht starten, terwijl de slapers nog eens wat harder gaan snurken.
Na een lange rit kom je aan op de plaats van bestemming: een gezellig huisje in een besneeuwde vallei.

De volgende dag ga je direct boarden of skiën, een kwartier lopen en je staat onderaan de pistes van het Zillertal: 260 km piste en door de gletsjer 100% sneeuwzeker. Na een dag fanatiek sporten, kom je uitgeput aan in Vorderlanersbach. Dan sta je voor een moeilijke keuze: eerst nog even après-skiën in de Kasermandl, of gelijk naar het warme huisje om aldaar een bak warme chocomel te nuttigen.

Als het gelukt is om deze keuze te maken, rest je nog maar een ding: eten! ’s Avonds kun je uiteraard nog een spelletje doen, of besluiten om vroeg naar bed te gaan. Misschien droom je wel dat er een heel dik pak poedersneeuw valt (gelijk een goede reden om de volgende dag vroeg wakker te worden).

Dit is een gemiddelde wintersportdag als je met Avanta mee naar Oostenrijk gaat. Uiteraard laten we de ‘Avantastijl’ niet ineens vallen op wintersport. We zitten niet in een luxe hotel, en ook niet in Mayrhofen of Gerlos (wintersportsteden waar in de winter half Nederland te vinden is). Nee, we zitten net iets buiten het dorpje Vorderlanersbach bij twee boeren. Het is hier erg rustig, maar toch zit je op nog geen kwartier lopen bij een van de grootst skigebieden van Oostenrijk vandaan. Deze ideale combinatie tref je alleen bij Avanta aan!

P.

donderdag 9 oktober 2008

Avantareünie




Zo'n drie tot vijf keer per jaar gonst het pand waar Avanta is gevestigd van de reisverhalen. Tientallen reizigers hebben hun slaapzak, -matje en vakantiefoto's ingepakt en treffen elkaar in Middelburg. Iedere deelnemer ontvangt de uitnodiging voor een reunie in de informatiebrief van de reis die hij of zij geboekt heeft.

Een reunie begint altijd op vrijdagavond. Tot in de kleine uurtjes wordt er bijgepraat met reisgenoten en worden reiservaringen uitgewisseld. De volgende morgen na het ontbijt kun je ervaren dat er dichtbij huis ook heel veel moois te ontdekken valt. Na de lunch is de reunie weer afgelopen en kan het schoonmaak- en opruimteam aan de slag...

Vijf redenen om naar de reünie te komen:

* het is altijd supergezellig!

* je ontmoet niet alleen je reisgenoten, maar ook deelnemers van andere reizen en reisleiders

* je kunt foto's, dia's en films bekijken van allerlei bestemmingen

* je kunt kiezen: een stadswandeling door Middelburg o.l.v. een kenner of een wandeltocht langs de mooie Zeeuwse stranden

* de reünie is in een Middelburgs grachtenpand met een rijke historie. Zoek zelf een mooi plekje in een van de vele kamers om je slaapmatje uit te rollen...


We hebben zelfs gehoord van iemand dat hij haast een reis zou boeken om naar de reünie te kunnen komen!

E.
Foto 1: de kamer om 20.00 u
Foto 2: de kamer om 23.00 u

vrijdag 3 oktober 2008

Merriemelk in Kazachstan

De dag is al bijna negen uren oud als de ogen van de groepsleden opengaan. Het gebruikelijke ritme van wassen, tanden poetsen en overige ochtendrituelen zorgt ervoor dat we een half uurtje later pico bello op een muurtje voor het hotel zitten. De eerste stappen in dit nogal onbekende oord worden even later gezet. De grauwige, troosteloze straten verhinderen ons niet te ontbijten in een park. De bammetjes worden gesmeerd en smakelijk verorberd.

Terwijl we aansluiting met elkaar proberen te vinden, struinen we door de straten van Taras. Er schijnen wat culturele hoogtepunten in deze stad te zijn. De eerste die we aan de hand van de Lonely Planet vinden is de plaatselijke bazar. Erwin wordt op deze markt achtervolgd door een vrouwelijk bedelaartje. Lichtelijk geïrriteerd, doch de vriendelijkheid zelve, wil hij het lieve kind een snoepje geven. Het kind verdwijnt echter met de noorderzon, zonder lekkernij. Hans koopt intussen een tandenborstel. We gaan naar de markt, daar worden wij zelf net zo aangestaard als wij de plaatselijke bevolking bekijken. Gelukkig biedt een mausoleum waar een of andere islamitische geestelijke opgebaard ligt uitkomst. Een paar groepsleden proberen naar binnen te gaan. De dikke portier is daar niet zo blij en stuurt ze uit het heiligdom weg. De hitte maakt dat we in het park bij dit monument even uitrusten. Een terrasje is echter een idee dat ons meer aanstaat. Na een wandeling vinden we een tentje – letterlijk! Ze schenken er bier en voor de dames is er sap. Dat maakt de tongen los. Het Avanta-verleden begint ons parten te spelen en de mooiste verhalen komen op tafel.

Na deze verhalen keren we terug naar ons hotel. Daar staat inmiddels een fraai taxibusje te wachten. De bagage blijkt er goed in te passen. Vol goede moed scheuren wij uit het stadje weg. Het plan is om te gaan slapen in yurts, de tenten waar de lokale bevolking in woont. Het steppelandschap trekt aan ons voorbij. Als we er bijna zijn, zien we de eerste yurt. Die brengt onder de passagiers zoveel opwinding teweeg, dat de chauffeur stopt. Vol verbazing staren de werkende mannen naar de groep toeristen die de bus uit komt stormen. Het ijs is echter snel gebroken. Een oude heer gaat met wat dames uit de groep op de foto, Maarten helpt enkele werkende mannen met klei het dak opsjouwen, Martin filmt er lustig op los en de rest vermaakt zich eveneens. We worden van harte uitgenodigd om een watermeloen te komen eten in de yurt. Daar maken we kennis met het gezin. Opa, oma, pa, ma en kids vinden het bezoek erg gezellig, zo vertellen ze als we vertrekken. Bij vertrek geeft Maarten nog een Russischtalige bijbel aan de mannen.

Dezelfde net genoemde gezelligheid treffen we aan op de eindbestemming, die maar luttele kilometers verderop blijkt te zijn. De maaltijd staat klaar voor ons. Althans, het eerste deel blijkt later. Naar omstandigheden smaakt het maaltje best lekker. Het is in ieder geval krachtvoer voor de avondwandeling. De bergen lonken. De fors uitgevallen heer des huizes belooft ons huilende wolven in de schemer. Vooralsnog moeten we eerst in een jeep plaatsnemen – drie keer rijden! - om het startpunt van de wandelroute komen. Dat laatste blijkt een wassen neus: het is een hele toer om 'boven' te komen (behalve voor Maarten en Lydia, zij rennen naar boven). Na een prachtige zonsondergang begint de afdaling. Een hele klus, zeker voor degenen die geen bergschoenen hebben meegenomen.

Het daadwerkelijke hoogtepunt van de tocht vindt bij 'thuiskomst' plaats. De gezelligheid in de yurt kent geen einde. Het schapenvlees smaakt geweldig. Ook de merriemelk bekoort ons: we nemen welgeteld één slok. Dat is ruim voldoende om ons een uurtje later lekker weg te doen dommelen. De vieze smaak verdwijnt vanzelf uit onze monden...

Written and directed by: Hans Bossenbroek