dinsdag 5 december 2017

In the jungle, the mighty jungle...


De jungletocht, het hoogtepunt van de rondreis door Suriname en Guyana! Veel informatie was er niet te vinden over het stuk Guyana tussen de hoofdstad Georgetown en de Kaieteur waterval, de hoogste, vrijvallende waterval ter wereld. De enige twee manieren om bij Kaieteur te komen zijn per vliegtuigje, of te voet en per boot door de jungle.
Volgens de lokale parkwachters kiest slechts 1% van de jaarlijkse bezoekers voor de tocht door de jungle. Van die 1% boekt 90% een tour bij een lokale reisorganisatie en weet slechts 10% zelf de weg naar de waterval te vinden. Het komt er dus op neer dat 0,1% van de jaarlijkse bezoekers deze waterval zelf weet te ontdekken. Dat laatste past precies in het straatje van Avanta.
De dag voor aanvang van de jungletocht was door de reisleider gereserveerd om in Georgetown de laatste voorbereidingen te treffen. Zo moest er voldoende voedsel en water ingeslagen worden voor de duur van de tocht, plus nog wat andere benodigdheden. We wisten dat we na vertrek uit Georgetown namelijk helemaal niets meer zouden kunnen krijgen. Ook moest er nog een vliegtuigje geregeld worden om de hele groep op een afgesproken plaats weer uit de jungle op te pikken. De toegang tot het park moest ook hier geregeld worden, zodat de parkwachters weten dat er een groep mensen onderweg is. Om zo weinig mogelijk overtollige bagage mee te nemen, was met een lokaal hostel afgesproken dat we spullen achter konden laten, die we na terugkeer daar weer op konden halen.


De eerste dag van de tocht vertrokken we al vroeg met een busje vanuit Georgetown. Meteen buiten de stad reden we een hobbelige zandweg op, waarna we 9 uur later helemaal door elkaar geklutst arriveerden in Mahdia, een klein dorpje aan het einde van de bewoonde wereld. Omdat dit tevens het eindpunt van de weg is, en je alleen per boot verder kunt, zijn we in dit dorpje blijven overnachten.


De tweede dag zodra het licht werd werden we door een paar lokale mensen naar de rivier gebracht, waar we een bootje moesten regelen om ons het eerste stuk de jungle in te brengen. De jungle is hier al zo dicht, dat er zelfs geen wandelpaden zijn, en de enige manier om zuidelijker te komen per boot is.
Na een boottocht van een paar uur kwamen we aan bij de eerste horde op deze reis, de Amatuk watervallen. De boot kon hier niet verder, dus moesten we te voet door de jungle naar de andere kant van de waterval om daar in een andere boot over te stappen. Gelukkig bleken bij deze waterval een aantal goudzoekers te wonen, die ons wel verder wilden brengen. Helaas wisten ze wel hun prijzen, dus na flink onderhandelen en op 1/3 van hun prijs uitgekomen te zijn, bleek de resterende dag te kort om nog voor donker op een geschikte overnachtingsplaats terecht te komen. We mochten onze hangmatten ophangen onder het afdak van de bootsman die ons de volgende dag verder zou brengen. De rest van de dag hebben we toen maar doorgebracht in het verfrissende water van de Amatuk watervallen.



De derde dag voor dag en dauw alweer opgestaan voor het derde deel van de reis. Het plan was om op deze dag tot aan de Tukeit waterval te komen, het laatste punt dat per boot bereikbaar is. Vanaf daar kun je alleen nog te voet verder richting de Kaieteur waterval.
Maar ook dit deel van de reis vormde weer een uitdaging. Midden tussen de Amatuk watervallen en de Tukeit waterval bevindt zich namelijk de Waratuk waterval. Omdat hier helemaal niemand meer woont en er dus ook geen boot te krijgen is, hadden we geen andere keuze dan de boot langs deze waterval mee omhoog te nemen. Dus in twee groepen gingen we eerst van Amatuk naar Waratuk, en vervolgens van Waratuk naar Tukeit. Uiteindelijk was de groep ruim voor de middag weer compleet bij de Tukeit watervallen.



Omdat de wandeltocht naar Kaieteur vanaf dit punt nog 4 tot 5 uur lopen was, besloten we om dezelfde dag verder te trekken maar nu te voet, omdat we dan ruim voor donker boven konden zijn.
Na een korte koffiepauze genomen te hebben om ons lichamelijk en geestelijk voor te bereiden, werden de rugzakken op onze ruggen gehesen en begonnen we aan het meest uitdagende stukje van de hele reis.
De jungle is hier dicht en ondoordringbaar. Er lopen slechts een aantal smalle paadjes, die soms nauwelijks als zodanig herkenbaar zijn. Op tien meter afstand konden we elkaar soms al niet meer zien, dus het was belangrijk om dicht bij elkaar te blijven. Al snel had niemand meer een droog stukje kleding aan zijn/haar lichaam en er werden dan ook regelmatig korte pauzes ingelast zodat iedereen voldoende kon eten/drinken/rusten. Maar, er werd niet geklaagd en na ongeveer 5 uur kwamen we ineens een bordje tegen dat ons naar de luchtstrip verwees.



Met frisse moed weer verder, tot we de jungle achter ons lieten en in de verte de radiomast van de Kaieteur landingsstrook boven de bomen uit zagen steken. Na drie volle dagen in de jungle waren we aangekomen op de plaats van bestemming!
Meteen nadat we ons bij de aanwezige parkwachters gemeld hadden, werden we naar het gastenverblijf gebracht, een schitterend huisje op slechts twee minuten van de waterval, waar we onze spullen achter konden laten.
Weer een paar minuten later stonden we dan aan de top van de hoogste vrijvallende waterval ter wereld: de Kaieteur! Missie geslaagd!



De volgende dag was het zondag en zijn we de hele dag bij de waterval gebleven, zodat iedereen optimaal kon genieten van de schoonheid van dit stukje schepping.
Maandag rond de middag werden we uiteindelijk door ons vliegtuigje opgehaald en terug naar Georgetown gevlogen, waar we moe maar voldaan in het hostel terugkeerden waar onze jungletocht vijf dagen eerder begonnen was.

Met dank aan reisleider Cor 't Lam voor dit verslag, en deelneemster Paula voor de foto's!

woensdag 15 november 2017

Armenië en Nagorno Karabach

Hoe kun je ooit een land in een blog beschrijven en daarnaast ook nog eens een land dat geen land is. Dat is haast onmogelijk, maar hier een poging!

Waar denk je aan als je meegaat naar ‘offroad Armenië’? Waar? Wat? En hoe dan? Of juist: Ruig! Wildkamperen! Eerste officiële christelijke land! Genocide van 1915! Nagorno Karabach! Het kwam allemaal terug in onze reis. Een paar hoogtepunten noemen we, maar het beste is natuurlijk om het lekker zelf te gaan beleven! (Maar dat is toch zo bij elke reis?! Al kun je Armenië en Nagorno Karabach nooit meer links laten liggen!)

Offroad Armenië was acht dagen lang een ontdekkingstocht. De een was iets meer voorbereid dan de ander, maar allemaal met hetzelfde doel. Een land (of twee?) ontdekken… en dan niet via de gebaande wegen, maar offroad. Naar de plekken waar je geen toerist tegenkomt en de bevolking vaak ook nog nooit een toerist heeft gezien. Met drie Lada’s 4X4 crossten we erdoor.

De Ararat in de verte
De eerste paar dagen hadden we de Ararat regelmatig in het vizier… (en om het rond te maken sloten we daar ook mee af). De Ararat, het nationale symbool van Armenië, maar liggend in Turkije. Gaaf om met eigen ogen te zien, de berg waar de ark van Noach uiteindelijk op bleef hangen!



De file die we regelmatig hadden! Reizen in Armenië is zeer avontuurlijk, zeker als het offroad is. Maar zelfs op de (snel)weg is het een belevenis. Regelmatig een schaapskudde waar je met de auto doorheen moet sturen, of overstekende koeien. En waar de bestuurders van de 4x4 Lada’s erg gelukkig van werden: waterplassen…! Elke plas werd meester gemaakt en de ooit eens zo mooie witte auto’s werden steeds zwarter ;-)

Even een paar plaatjes om een beeld te geven:





Soms konden we niet verder met de auto en dan was het tijd om te voet verder te gaan. De ene keer naar een oud klooster dat gebouwd was in 600 en al eeuwen gespaard is gebleven in het oorlogsgeweld en de andere keer naar een warmwaterbron waar we in ontspanden...

Eén van onze mooie kampeerplekjes



Halverwege de reis gingen we de grens over. Letterlijk en figuurlijk. Want Nagorno Karabach is niet zomaar een land. Het is niet erkend en naar we later teruglezen, hartstikke rood gekleurd (volgens de reisinformatie). Het ligt allemaal nogal ingewikkeld. Azerbeidzjan vindt dat het bij Azerbeidzjan hoort en Nagorno Karabach vindt zichzelf onafhankelijk en ook iets meer bij Armenië horen. Overal door het land (want zo noem ik het even voor het gemak) staan tanks als een herinnering aan de oorlog die heeft plaatsgevonden tussen 1990-1994. En daarvan is nog veel terug te vinden, zoals de stad Agdam. Daar is door de gevechten niets meer van over dan een spookstad. Bizar om hier te zijn, helemaal omdat er gewoon nog soldaten lopen die het grensgebied in de gaten houden!

Door een gesprek met een inwoner van Nagorno (geen idee hoe zo’n persoon heet), leerden we hoe lastig dit conflict is.




Daarna werd het nog bizarder (geen idee of dat een normaal Nederlands woord is, maar het typeert wel wat er gebeurde). We liepen naar een mooi oud kerkje op de heuveltop, gewoon omdat we er toch waren... maar toen we er bijna waren, werden we besprongen... Ja, echt! Twee militairen sprongen uit een gat in de grond. Bleek die kerk een strategisch punt te zijn om de grens bij Azerbeidzjan te bewaken. En ik weet niet wat uiteindelijk spannender was, de kerk of ernaar toe gebracht te worden onder militaire begeleiding... (Hier hebben we dus helaas geen foto’s van, dus zelf gaan beleven denk ik zo!!)



Gelukkig wel een foto van het kerkje :-)
Picknickplaats op een bijzonder mooi plekje
Kampvuur bij Lake Sevan


 Een enkeling waagde de volgende morgen een duik in het meer. In de hoofdstad sprak ik een vrouw en die vertelde dat geen enkele Armeniër daarin ging zwemmen... Waarom weet ik nog steeds niet, maar ik weet wel dat het voor ons een heerlijk verfrissend bad was! En het klopt, want we hebben naast Avanta-gangers in het meer, alleen maar een kreeftenvisser op het meer gezien!






Op een gegeven moment hadden we geen benzine meer voor in de brander.. En geen een tankstation kon het ons leveren. Er zat maar een ding op: zelf een fornuis maken. De pasta was prima gelukt!





Het letterlijke hoogtepunt, met op de achtergrond weer de Ararat. Ook dit is Armenië, besneeuwde bergtoppen waar je een heerlijke tocht kan maken met de mooiste uitzichten!





Daarna gingen we weer terug naar de bewoonde wereld, maar met de Ararat in onze rug! Op naar Yerevan, de hoofdstad. Na wat cultuur snuiven was het tijd voor iets niet-Avanta’s: een bezoek aan een uitvoering in het Operahuis. Zelfs in onze netste kleding vielen we wel wat op, maar we vierden mee waarom die uitvoering er was: 25 jaar verenigd zijn met de VN.

We hebben tipje van de sluier opgelicht. Maar dat is eigenlijk niet voldoende! Het is onbekend gebied voor velen, maar we dagen je uit... En dan doen wij wat een Armeniër tegen ons zei: "Vertel in Nederland hoe mooi en bijzonder Armenië is, dan verwelkomen wij ze met wie wij zijn!" Dus wij zeggen: GAAN!

Met dank aan Dorianne voor het reisverslag!